Naar hoofdinhoud
Handleiding

Claude Code plugins: wat ze zijn, hoe je ze krijgt en zelf maakt

R
Redactie AI voor Bedrijven
Laatst bijgewerkt: 19 augustus 2026 · 23 min lezen
Bureau met een laptop waarop losse bouwblokken in een gereedschapskist worden geschoven
Kort antwoord

Een Claude Code plugin is een map met bestanden die Claude Code uitbreidt met skills, agenten, hooks en koppelingen naar externe diensten. Je installeert er een uit een marktplaats met /plugin install, of je maakt er zelf een met een manifest in .claude-plugin/plugin.json. Het verschil met een losse map .claude/ is dat je een plugin kan delen, versioneren en hergebruiken over projecten heen.

Laatst bijgewerkt: 19 augustus 2026. Redactie AI voor Bedrijven. Alle commando’s en bestandsnamen in dit artikel zijn nagekeken tegen de officiële documentatie van Claude Code op 19 augustus 2026.

Eén ontwikkelaar in je team bedenkt een slimme werkwijze in Claude Code, en niemand anders heeft er iets aan. Een plugin lost precies dat op.

Snel antwoord: Claude Code plugins zijn mappen met bestanden die Claude Code uitbreiden met skills, agenten, hooks, MCP-servers, LSP-servers en achtergrondmonitors. Je installeert ze via een marktplaats met het commando /plugin, of je maakt er zelf een met een manifest en een SKILL.md-bestand. Het zakelijke nut: je verpakt een vaste werkwijze zo dat je hele team hem heeft, in plaats van één iemand.

Samenvatting in het kort

  • Een plugin is niets magisch: het is een map met bestanden die je kan kopiëren, versioneren en delen.
  • Wil je iets alleen zelf gebruiken in één project? Hou het los in .claude/. Wil je het delen? Maak er een plugin van.
  • Installeren gaat in twee stappen: eerst een marktplaats toevoegen, daarna losse plugins installeren.
  • De officiële marktplaats van Anthropic heet claude-plugins-official en wordt bij de eerste interactieve start automatisch toegevoegd.
  • Zelf maken kan in vijf stappen met twee bestanden: plugin.json en SKILL.md.
  • Veiligheid is geen bijzaak: volgens de documentatie kunnen plugins willekeurige code uitvoeren met jouw gebruikersrechten.
  • Elke ingeschakelde plugin kost context bij elke beurt. Opruimen hoort bij het werk.
  • Voor een klantgerichte dienst of een applicatie die dag en nacht draait is dit niet het juiste gereedschap.

Wat zijn Claude Code plugins en hoe werken ze?

Een plugin breidt Claude Code uit met skills, agenten, hooks, MCP-servers, LSP-servers en achtergrondmonitors. Technisch is het een map met bestanden. Claude Code leest die map in als je de plugin aanzet, en vanaf dat moment gedraagt Claude zich anders: hij kent extra commando’s, extra werkwijzen of extra koppelingen.

In bedrijfstaal: een plugin is een verpakte werkwijze. Je legt vast hoe iets bij jullie gebeurt, en je deelt dat pakket uit.

De mappenstructuur van een Claude Code plugin

my-plugin/ (de hoofdmap van de plugin) Alles staat in de hoofdmap. Alleen plugin.json hoort in .claude-plugin/.

.claude-plugin/plugin.json het manifest, het enige dat in deze map hoort skills/ per skill een map met SKILL.md erin agents/ de agenten die met de plugin meekomen hooks/hooks.json wat er moet gebeuren rond een gebeurtenis .mcp.json koppelingen met externe diensten .lsp.json codebegrip per programmeertaal monitors/monitors.json meekijken op de achtergrond bin/ uitvoerbare bestanden, zolang de plugin aanstaat settings.json standaardinstellingen bij het aanzetten Veelgemaakte fout: zet skills/, agents/, commands/ of hooks/ nooit in .claude-plugin/.
De hoofdmap van de plugin, met per onderdeel waar het thuishoort. Alleen het manifest staat in .claude-plugin/.

Dit kan er allemaal in zitten:

OnderdeelWaar het staatWaarvoor het is
Manifest.claude-plugin/plugin.jsonNaam, beschrijving, versie, auteur
Skillsskills/<naam>/SKILL.mdVaste opdrachten en werkwijzen
Skills (oude vorm)commands/ als losse Markdown-bestandenBestaat nog, maar gebruik skills/ voor nieuwe plugins
Agentenagents/Agentdefinities, oftewel Claude die zelfstandig een taak afhandelt
Hookshooks/hooks.jsonAutomatische acties op vaste momenten
MCP-servers.mcp.jsonKoppelingen met externe diensten
LSP-servers.lsp.jsonTaalservers voor codebegrip
Monitorsmonitors/monitors.jsonAchtergrondmonitors
Uitvoerbare bestandenbin/Wordt aan het PATH van Bash toegevoegd zolang de plugin aanstaat
Standaardinstellingensettings.json in de hoofdmapAlleen de sleutels agent en subagentStatusLine

De veelgemaakte fout die je meteen moet onthouden: zet commands/, agents/, skills/ of hooks/ nooit in .claude-plugin/. Daar hoort alleen plugin.json. Alle andere mappen staan in de hoofdmap van de plugin, en dat is de map van de plugin zelf, nooit ~/.claude/. Heeft je plugin precies één skill? Dan mag SKILL.md rechtstreeks in de hoofdmap.

Wat kan je met een plugin wat zonder plugin niet lukt?

Het verschil zit in vaste, herhaalbare uitbreidingen. Zonder plugin typ je elke keer opnieuw uit wat je wil. Met een plugin zit die instructie al in het systeem, samen met eventuele koppelingen en automatische controles.

Concreet uit de officiële marktplaats: een LSP-plugin geeft Claude echt codebegrip. Volgens de documentatie ziet hij na elke bewerking meteen de fouten en waarschuwingen, en kan hij naar definities springen en verwijzingen vinden in plaats van te zoeken op tekst. Dat is een ander soort werk dan tekst matchen.

Plugins of extensies: wat is het verschil?

Claude Code werkt niet met “extensies” als apart begrip. Wat je in andere gereedschappen een extensie noemt, heet hier een plugin, en de losse variant daarvan is simpelweg een map .claude/ in je project. Dat is de hele indeling: los in .claude/, of verpakt als plugin.

Hoe verhoudt dit zich tot GitHub Copilot?

Kort: het zijn verschillende soorten gereedschap, en de documentatie van Claude Code maakt zelf geen vergelijking. GitHub Copilot is in de eerste plaats een codeerhulp binnen je editor. Claude Code werkt in de terminal, en plugins zijn daar het mechanisme om jouw werkwijzen, koppelingen en controles mee uit te delen aan een team. Wil je weten wat écht bij jullie past, kijk dan naar waar je mensen werken en wat je wil standaardiseren, niet naar functielijstjes.

Voor wie is dit wel en niet bedoeld?

Wel: teams met minstens één ontwikkelaar, en zaakvoerders die willen begrijpen wat hun ontwikkelaar aan het inrichten is. Niet: iemand zonder terminal-ervaring die er zelf mee aan de slag wil. De commando’s hieronder typ je in een terminal. Als je dat nooit doet, lees dit artikel dan als opdrachtgever en laat het uitvoeren.

Wanneer kies je een losse map .claude/ en wanneer een plugin?

Kies los in .claude/ als iets alleen voor jou of alleen voor dit project is. Kies een plugin zodra je het wil delen. De documentatie adviseert om los te beginnen, zodat je snel kan wisselen, en het om te zetten naar een plugin op het moment dat delen aan de orde komt.

Het zichtbaarste verschil zit in de naam van je skill. Los heet hij /hello. Als plugin heet hij /plugin-naam:hello. Dat voorvoegsel (de namespace) bestaat om botsingen te voorkomen als twee plugins een skill met dezelfde naam hebben. Je wijzigt het door het veld name in plugin.json aan te passen.

<!DOCTYPE html>
<html lang="nl">
<head>
<meta charset="utf-8">
<meta name="viewport" content="width=device-width, initial-scale=1">
<title>Losse map of plugin</title>
<style>
.cg-el{font-family:system-ui,Arial,sans-serif;max-width:760px;margin:0 auto;padding:14px;color:#12283a}
.cg-el h3{font-size:17px;margin:0 0 10px}
.cg-el table{width:100%;border-collapse:collapse;font-size:14px}
.cg-el th,.cg-el td{border:1px solid #d6e0e8;padding:7px 9px;text-align:left;vertical-align:top}
.cg-el thead th{background:#12283a;color:#fff;font-weight:600}
.cg-el tbody tr:nth-child(even){background:#f4f8fb}
.cg-el .cg-y{color:#0b6b4f;font-weight:600}
.cg-el .cg-n{color:#9a3412;font-weight:600}
.cg-el p.cg-note{font-size:12px;color:#5b7183;margin:8px 0 0}
@media(max-width:520px){.cg-el th,.cg-el td{padding:6px;font-size:13px}}
</style>
</head>
<body>
<div class="cg-el">
<h3>Losse map .claude/ of een plugin: snelle vergelijking</h3>
<table>
<thead><tr><th>Criterium</th><th>Los in .claude/</th><th>Als plugin</th></tr></thead>
<tbody>
<tr><td>Naam van je skill</td><td>/hello</td><td>/plugin-naam:hello</td></tr>
<tr><td>Delen met collega's</td><td class="cg-n">Omslachtig</td><td class="cg-y">Kernfunctie</td></tr>
<tr><td>Versies uitbrengen</td><td class="cg-n">Nee</td><td class="cg-y">Ja, via veld version</td></tr>
<tr><td>Hergebruik over projecten</td><td class="cg-n">Beperkt</td><td class="cg-y">Ja</td></tr>
<tr><td>Snel wisselen tijdens experimenteren</td><td class="cg-y">Ideaal</td><td>Kan, met --plugin-dir</td></tr>
<tr><td>Uitdelen aan de gemeenschap</td><td class="cg-n">Nee</td><td class="cg-y">Ja, via marktplaats</td></tr>
<tr><td>Beste voor</td><td>Persoonlijke en projectspecifieke werkwijzen</td><td>Team, community, hergebruik</td></tr>
</tbody>
</table>
<p class="cg-note">Bron: officiële documentatie van Claude Code, nagekeken 19 augustus 2026.</p>
</div>
</body>
</html>

Hoe installeer je een plugin via een marktplaats?

Installeren is twee stappen: eerst voeg je een marktplaats toe, daarna installeer je losse plugins daaruit. Een marktplaats is een catalogus van plugins die iemand anders gemaakt en gedeeld heeft.

De officiële marktplaats van Anthropic heet claude-plugins-official en wordt automatisch toegevoegd de eerste keer dat je Claude Code interactief start. Lukt dat niet, voeg hem dan zelf toe:

/plugin marketplace add anthropics/claude-plugins-official

Bladeren doe je met /plugin en dan het tabblad Discover, of via de catalogus op claude.com/plugins. Installeren ziet er zo uit:

/plugin install github@claude-plugins-official

Er zijn nog twee andere marktplaatsen van Anthropic:

/plugin marketplace add anthropics/claude-plugins-community
/plugin marketplace add anthropics/claude-code

Uit de gemeenschapsmarktplaats installeer je als naam@claude-community. De laatste is een demonstratiemarktplaats.

Het venster van /plugin heeft vier tabbladen: Discover, Installed, Marketplaces en Errors. Het detailscherm van een plugin toont drie dingen die je écht moet bekijken voor je installeert: een schatting van de contextkosten (hoeveel tokens de plugin elke beurt toevoegt), de datum van de laatste bijwerking, en een lijst “Will install” met alles wat de plugin toevoegt.

Bij het installeren kies je een bereik:

  • User: voor jezelf, in al je projecten.
  • Project: voor alle medewerkers aan deze repository. Dit schrijft naar .claude/settings.json.
  • Local: alleen voor jezelf, alleen in deze repository.
  • managed: geïnstalleerd door beheerders, en die kan je niet wijzigen.

Marktplaatsen toevoegen kan vanaf GitHub met owner/repo, vanaf elke git-URL, vanaf een lokaal pad, of vanaf een URL naar een marketplace.json. Een tak of tag kies je met een hekje achter de URL.

Wat er in de officiele marktplaats van Anthropic zit

Vier soorten plugins in de officiele marktplaats Toevoegen gebeurt vanzelf bij de eerste interactieve start. Bladeren doe je met /plugin.

Codebegrip typescript-lsp, pyright-lsp, gopls-lsp, rust-analyzer-lsp De taalserver zelf installeer je apart. Externe diensten github, gitlab, atlassian, linear, notion, figma, vercel, supabase, slack De MCP-server is al ingesteld. Veiligheid security-guidance Kijkt elke wijziging na op kwetsbaarheden. Werkstromen commit-commands, pr-review-toolkit, plugin-dev Kant-en-klare skills en agenten.
De vier categorieen die je in de officiele marktplaats aantreft, met voorbeelden per categorie.

Werkt dit offline of heb je internet nodig?

Een marktplaats toevoegen, een plugin installeren en een plugin bijwerken vraagt netwerktoegang, want die bestanden komen van een git-host of een URL. Claude Code zelf praat ook met het model over internet. Zodra een plugin binnen is, staan de bestanden lokaal op je machine, maar plugins die een externe dienst aanspreken via een MCP-server hebben die dienst wel nodig. Reken dus op internet.

Wat kost het en zit het in elk abonnement?

De geraadpleegde documentatie noemt geen aparte aanschaf voor plugins uit de officiële of de gemeenschapsmarktplaats, en ook geen beperking per abonnementsvorm. De kosten die je wel merkt zijn indirect: elke ingeschakelde plugin voegt tokens toe aan elke beurt, en dat verbruik zie je terug. Het detailscherm geeft daarom een schatting van die contextkosten. Wat de toegang wél kan beperken: organisaties kunnen instellen welke marktplaatsen hun gebruikers mogen toevoegen, en het bereik managed staat volledig bij de beheerder.

Wat zit er in de officiële marktplaats?

De officiële marktplaats bundelt vijf soorten plugins: codebegrip, koppelingen met externe diensten, veiligheidscontrole, ontwikkelwerkstromen en uitvoerstijlen.

  • Codebegrip via LSP-plugins: typescript-lsp, pyright-lsp voor Python, gopls-lsp voor Go en rust-analyzer-lsp. Let op: je moet de bijbehorende taalserver zelf geïnstalleerd hebben. De plugin doet dat niet voor je.
  • Koppelingen met de MCP-server al ingesteld: github, gitlab, atlassian voor Jira en Confluence, asana, linear, notion, figma, vercel, firebase, supabase, slack en sentry.
  • security-guidance: kijkt elke wijziging die Claude maakt na op veelvoorkomende kwetsbaarheden en laat ze in dezelfde sessie herstellen.
  • Werkstromen: commit-commands voor git-workflows, pr-review-toolkit voor het nakijken van pull requests, agent-sdk-dev, en plugin-dev als gereedschapskist om zelf plugins te maken.
  • Uitvoerstijlen: explanatory-output-style en learning-output-style.

Welke programmeertalen worden ondersteund?

Skills, agenten en hooks zijn taalonafhankelijk: dat zijn instructies in Markdown en JSON, dus die werken bij elke taal. Het onderscheid ontstaat bij de LSP-plugins in de officiële marktplaats. Daar staan er voor TypeScript, Python, Go en Rust. Voor andere talen kan je nog altijd skills en agenten inzetten, alleen krijg je dan geen taalserver kant-en-klaar mee.

Welke plugins zijn nuttig voor webontwikkeling?

Voor een webproject liggen deze het meest voor de hand, allemaal uit de officiële marktplaats: typescript-lsp voor codebegrip, github of gitlab voor de repository, vercel voor uitrollen, supabase of firebase voor de database, figma voor ontwerp, sentry voor fouten in productie en pr-review-toolkit plus security-guidance voor de kwaliteitscontrole. Beslisregel: installeer alleen de koppelingen naar diensten die je team echt dagelijks gebruikt, want de rest kost context zonder iets terug te geven.

Hoe maak je zelf een plugin in vijf stappen?

Ja, je kan zelf een plugin maken, en het minimale voorbeeld bestaat uit twee bestanden. Hieronder staat het volledige voorbeeld uit de documentatie.

Van lege map naar werkende plugin in vijf stappen

Van lege map naar werkende plugin Alleen name en description zijn verplicht. De rest voeg je toe zodra je het nodig hebt.

1 Map maken mkdir my-first-plugin 2 Manifest schrijven .claude-plugin/plugin.json 3 Skill toevoegen skills/hello/SKILL.md 4 Lokaal testen claude --plugin-dir ./my-first-plugin 5 Nakijken en delen claude plugin validate ./my-first-plugin
De vijf stappen van een eerste plugin, met per stap het commando of het bestand dat erbij hoort.

Stap 1. Maak de mappen aan.

mkdir my-first-plugin
mkdir my-first-plugin/.claude-plugin

Stap 2. Maak het manifest my-first-plugin/.claude-plugin/plugin.json.

{
  "name": "my-first-plugin",
  "description": "A greeting plugin to learn the basics",
  "version": "1.0.0",
  "author": {
    "name": "Your Name"
  }
}

Wat de velden doen: name is de unieke naam en tegelijk de namespace, dus je skill heet /my-first-plugin:hello. description is wat de gebruiker ziet in de pluginbeheerder. version is optioneel, maar als je het instelt, krijgen gebruikers pas een update als jij dit veld ophoogt. author is optioneel en handig voor naamsvermelding.

Stap 3. Maak de map voor je skill.

mkdir -p my-first-plugin/skills/hello

Stap 4. Maak my-first-plugin/skills/hello/SKILL.md.

---
description: Greet the user with a friendly message
disable-model-invocation: true
---

Greet the user warmly and ask how you can help them today.

De description in de frontmatter (het blok tussen de streepjes bovenaan) is belangrijk: daarmee weet Claude wanneer hij de skill gebruikt.

Stap 5. Test hem.

claude --plugin-dir ./my-first-plugin

En daarna in Claude Code:

/my-first-plugin:hello

Handige varianten uit de documentatie:

  • Een zip-archief laden: claude --plugin-dir ./my-plugin.zip
  • Meerdere tegelijk: claude --plugin-dir ./plugin-one --plugin-dir ./plugin-two
  • Een gehost archief voor één sessie: claude --plugin-url https://example.com/my-plugin.zip
  • Na een wijziging: /reload-plugins. Waarschuwt die dat de promptcache ongeldig wordt, herhaal dan met /reload-plugins --force.
  • Sneller beginnen: claude plugin init my-tool. Dat maakt ~/.claude/skills/my-tool/ aan met een manifest en een eerste SKILL.md, en laadt vanaf de volgende sessie als my-tool@skills-dir, zonder marktplaats en zonder installatiestap.
  • Nakijken voor je deelt: claude plugin validate ./your-plugin. Bij succes verschijnt “Validation passed”. Met --strict tellen waarschuwingen als fouten.

Hoe deel je een plugin met je team of de wereld?

Delen gaat via een eigen marktplaats: je maakt .claude-plugin/marketplace.json in de hoofdmap van je repository en pusht die naar een git-host.

{
  "name": "my-plugins",
  "owner": {
    "name": "Your Name"
  },
  "plugins": [
    {
      "name": "quality-review-plugin",
      "source": "./plugins/quality-review-plugin",
      "description": "Adds a quality-review skill for quick code reviews"
    }
  ]
}

Elke plugin in de lijst heeft minstens een name en een source. Daarna push je naar GitHub, GitLab of een andere git-host. Gebruikers voegen je marktplaats toe met /plugin marketplace add en werken hun kopie bij met /plugin marketplace update.

Voor een team scheelt het veel gedoe als de marktplaats al bekend is. Zet daarvoor extraKnownMarketplaces in .claude/settings.json van het project:

{
  "extraKnownMarketplaces": {
    "my-team-tools": {
      "source": {
        "source": "github",
        "repo": "your-org/claude-plugins"
      }
    }
  }
}

Zodra een teamlid de map vertrouwt, wordt die marktplaats zonder verdere vraag toegevoegd. Let wel: een plugin die van een externe bron komt, wordt pas geladen als het teamlid hem zelf installeert.

Voor intern gebruik host je de marktplaats in een privérepository. Wil je naar buiten? Er zijn twee openbare marktplaatsen van Anthropic: claude-plugins-official, die Anthropic zelf samenstelt, en claude-plugins-community, waar inzendingen van derden terechtkomen na controle. Inzenden voor de gemeenschapsmarktplaats gaat via een formulier in claude.ai of in de Console.

Hoe veilig zijn Claude Code plugins?

Dit is de sectie om niet over te slaan. De documentatie is er expliciet over: plugins en marktplaatsen zijn onderdelen met veel vertrouwen, die willekeurige code op je machine kunnen uitvoeren met jouw gebruikersrechten. Installeer alleen plugins en voeg alleen marktplaatsen toe uit bronnen die je vertrouwt.

Anthropic bepaalt niet welke MCP-servers, bestanden of andere software in een plugin zitten, en kan niet garanderen dat een plugin werkt zoals bedoeld. Kijk de website van de plugin na.

Vertaald naar jouw situatie: behandel een plugin zoals je software van een onbekende leverancier behandelt. Zeker op een machine waar klantgegevens, boekhouding of productiesleutels op staan. Een paar praktische regels:

  • Lees de lijst “Will install” in het detailscherm voor je op installeren drukt.
  • Kijk naar de datum van de laatste bijwerking. Iets dat lang stilstaat, is een signaal.
  • Gebruik het bereik Local of User om iets eerst zelf te proberen, voor je het via Project op de hele repository zet.
  • Organisaties kunnen beperken welke marktplaatsen hun gebruikers mogen toevoegen. Als je met gevoelige data werkt, is dat geen luxe maar beleid.

Hoe beheer en ruim je je plugins op?

Beheren doe je met vier commando’s. Zet uit wat je niet gebruikt, want alles wat aanstaat kost context bij elke beurt.

/plugin list
/plugin disable naam@marktplaats
/plugin enable naam@marktplaats
/plugin uninstall naam@marktplaats

Met /plugin list --enabled of --disabled filter je de lijst. Let op: een marktplaats verwijderen verwijdert ook alle plugins die je daaruit installeerde.

Het tabblad Installed helpt bij het opruimen. Plugins die je zelf installeerde maar minstens twee weken en tien sessies niet gebruikte, staan daar onder de kop “Not used recently”, met per plugin een regel “Last used”. Die kosten nog steeds opstarttijd en context, dus dat lijstje is je schoonmaaklijst.

Over updates: automatisch bijwerken staat standaard aan voor de officiële marktplaatsen van Anthropic, en standaard uit voor marktplaatsen van derden en lokale ontwikkelmarktplaatsen.

Een plugin werkt niet: wat doe je dan?

Begin bij het tabblad Errors van /plugin. Daar staan fouten bij het laden. Vier situaties komen volgens de documentatie het meest voor:

  1. /plugin wordt niet herkend. Je Claude Code is te oud. Bijwerken en opnieuw starten.
  2. De skills van een plugin verschijnen niet. Leeg de cache, start opnieuw en installeer de plugin opnieuw:
rm -rf ~/.claude/plugins/cache
  1. Een taalserver start niet. Dan staat er bijvoorbeeld “Executable not found in $PATH” in het tabblad Errors, omdat de bijbehorende binary ontbreekt. Installeer de taalserver zelf.
  2. Je eigen plugin doet niets. Controleer eerst of skills/, agents/ of hooks/ per ongeluk in .claude-plugin/ staan. Daar hoort alleen plugin.json. Laat daarna claude plugin validate ./your-plugin erover lopen.

Wanneer maak je beter géén plugin?

Niet elk idee verdient een plugin. Drie gevallen waarin je het beter laat:

  • Het is alleen voor jou, in één project. Hou het los in .claude/. Dat wisselt sneller en kost je geen onderhoud.
  • Je hebt al te veel aanstaan. Elke ingeschakelde plugin kost context bij elke beurt. Eerst opruimen, dan uitbreiden.
  • Je wil een klantgerichte dienst of een applicatie die dag en nacht draait. Daar is dit gereedschap niet voor bedoeld. Plugins horen bij het werk van je team in Claude Code, niet bij je productiesysteem.

Conclusie

Een plugin is geen nieuw AI-product, maar een verpakking. Je legt een werkwijze vast in een map met bestanden en deelt die uit, zodat een goede aanpak niet in het hoofd van één ontwikkelaar blijft zitten. Dat is precies waar de winst zit voor een kmo of een klein ontwikkelteam: minder afhankelijkheid van één persoon, en dezelfde controles voor iedereen.

Wat je nu kan doen, in deze volgorde:

  1. Laat iemand /plugin openen en het tabblad Installed doornemen. Zet uit wat onder “Not used recently” staat.
  2. Kijk in de officiële marktplaats naar maximaal twee plugins die echt bij jullie dagelijkse werk horen, en let daarbij op de geschatte contextkosten en de lijst “Will install”.
  3. Laat de vaste werkwijze die jullie nu mondeling doorgeven eerst los in .claude/ bouwen. Werkt hij, zet hem dan om naar een plugin.
  4. Zet de marktplaats voor intern werk in een privérepository en gebruik extraKnownMarketplaces in .claude/settings.json.
  5. Spreek af wie plugins goedkeurt. Gezien de waarschuwing over willekeurige code uitvoeren is dat een beslissing voor de zaakvoerder, niet alleen voor de ontwikkelaar.

Bronnen

Claude Code, documentatie over het maken van plugins - https://code.claude.com/docs/en/plugins Claude Code, documentatie over plugins vinden en installeren - https://code.claude.com/docs/en/discover-plugins Claude Code, documentatie over marktplaatsen - https://code.claude.com/docs/en/plugin-marketplaces

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Moet ik kunnen programmeren om plugins te gebruiken?

Voor het installeren van een plugin uit een marktplaats niet echt: dat zijn een paar commando's in Claude Code. Voor het maken en delen wel, want dan werk je met mappen, JSON-bestanden en een git-repository. Als ondernemer kan je dit prima laten uitvoeren en zelf de keuzes maken over wat er in mag.

Kan ik een plugin uitproberen zonder hem te installeren?

Ja. Met `claude --plugin-dir ./mijn-map` laad je een lokale map, en met `claude --plugin-url` een gehost zip-archief voor één sessie. Zo test je zonder marktplaats en zonder installatie in je vaste omgeving.

Wat gebeurt er als twee plugins een skill met dezelfde naam hebben?

Dan voorkomt de namespace de botsing. Een skill in een plugin heet altijd `/plugin-naam:skill-naam`. Wil je dat voorvoegsel wijzigen, pas dan het veld `name` in `plugin.json` aan.

Wat is het verschil tussen skills/ en commands/?

Beide bevatten skills. In `skills/` staat elke skill als `<naam>/SKILL.md`, in `commands/` als losse Markdown-bestanden. Voor nieuwe plugins gebruik je `skills/`.

Kan mijn organisatie bepalen welke plugins medewerkers mogen installeren?

Ja. Organisaties kunnen beperken welke marktplaatsen gebruikers mogen toevoegen. Daarnaast bestaat het bereik `managed`: plugins die door beheerders zijn geïnstalleerd en die gebruikers niet kunnen wijzigen.

Hoe weet ik of een plugin een update heeft gekregen?

Voor marktplaatsen van derden werk je je kopie bij met `/plugin marketplace update`. Automatisch bijwerken staat standaard aan voor de officiële marktplaatsen van Anthropic en standaard uit voor derden en lokale ontwikkelmarktplaatsen. Als maker bepaal jij het moment door het veld `version` in je manifest op te hogen.

Wat is de snelste manier om te beginnen als beginner?

`claude plugin init my-tool`. Dat maakt `~/.claude/skills/my-tool/` aan met een manifest en een eerste `SKILL.md`, en laadt vanaf de volgende sessie als `my-tool@skills-dir`, zonder marktplaats en zonder installatiestap.

Wat zijn de meestgemaakte fouten met plugins?

Drie komen er steeds terug: mappen als `skills/` of `hooks/` in `.claude-plugin/` zetten in plaats van in de hoofdmap, een LSP-plugin installeren zonder de bijbehorende taalserver te installeren, en te veel plugins laten aanstaan zodat elke beurt onnodig context kost.

Welke AI-tool past bij jouw taak?

Bekijk onze onderzochte AI-tools, of laat de gratis AI-scan een advies op maat geven.

Bekijk alle AI-tools →
Vond je dit nuttig? Deel het.

Gerelateerde artikelen

Weet je niet welke tool past?

Beantwoord een paar korte vragen en krijg een advies op maat.

Doe de gratis AI-scan